| Wat te maken | Quiz |
| Welk vak | Duits |
| Welke leeftijdsgroep | Jaar of Graad 10 |
| Welk onderwerp | Zwakke werkwoorden |
| Soorten vragen | Open |
| Aantal vragen | 6 |
| Aantal antwoorden | 6 |
| Juiste antwoorden | Precies 1 |
| Toon juiste antwoorden | |
| Gebruik afbeeldingen (beschrijvingen) | |
| Andere voorkeuren |
Test je kennis van zwakke werkwoorden in het Duits met de volgende vragen. Beantwoord elk van de vragen hieronder.
Wat is de basisvorm van het zwakke werkwoord dat betekent "werken" in het Duits?
Hoe wordt de eerste persoon enkelvoud van het zwakke werkwoord "spielen" (spelen) in de tegenwoordige tijd vervoegd?
Geef een voorbeeld van een zin waarin je het zwakke werkwoord "machen" (maken) correct gebruikt in de verleden tijd.
Wat is de verleden tijdsvorm van het zwakke werkwoord "lernen" (leren) in de derde persoon enkelvoud?
Noem een synoniem van het zwakke werkwoord "fragen" (vragen) in het Duits.
Welke uitgangen worden vaak toegevoegd aan de stam van een zwak werkwoord in de verleden tijd?