| Volledige les | Maak voor een leraar een set inhoud voor het geven van een les, beginnend met het lesplan. Elk nieuw blok met materialen moet beginnen met een H1-kop (andere subkoppen moeten H2, H3, etc. zijn). Wanneer u vereiste afbeeldingen beschrijft, schrijf die beschrijvingen dan tussen accolades, bijvoorbeeld: {Een afbeelding van een driehoek} |
| Welk vak | Geen vak |
| Welk onderwerp | Woordenschat |
| Welke lengte (min) | 30 |
| Welke leeftijdsgroep | Kleuterschool / Crèche |
| Klasgrootte | 20 |
| Welk curriculum | |
| Volledig script opnemen | |
| Vorig huiswerk controleren | |
| Vraag enkele studenten om hun huiswerk te presenteren | |
| Voeg een fysieke pauze toe | |
| Groepsactiviteiten toevoegen | |
| Huiswerk opnemen | |
| Toon juiste antwoorden | |
| Bereid slidestructuren voor | |
| Aantal dia's | 5 |
| Maak invulkaarten voor studenten | |
| Creëer creatieve back-uptaken voor onverwachte momenten |
Woordenschat
Kleuterschool / Crèche
Geen vak
20
30 minuten
Deze les voldoet aan de Amerikaanse normen voor taalontwikkeling en woordenschatuitbreiding bij jonge leerlingen.
| Stapnummer | Staptitel | Lengte (min) | Details |
|---|---|---|---|
| 1 | Introductie van nieuwe woorden | 5 | Begin de les met het introduceren van 5 nieuwe woorden met de flashcards. Zorg ervoor dat je de woorden duidelijk uitspreekt en herhaal ze samen met de studenten. |
| 2 | Woordbetekenis uitleggen | 10 | Leg elk woord één voor één uit, gebruik afbeeldingen en voorbeelden. Vraag de studenten om de woorden na te zeggen en hen te vragen naar hun eigen voorbeelden. |
| 3 | Woorden associëren | 5 | Laat de studenten de nieuwe woorden associëren met de bijbehorende afbeeldingen op de flashcards. Vraag hen om te wijzen en de woorden hardop te zeggen. |
| 4 | Spelletje: Woordherkenning | 5 | Speel een kort spel waarin je het woord zegt en de studenten het juiste beeld moeten aanwijzen. Dit bevordert de herkenning en toepassing. |
| 5 | Reflectie en samenvatting | 5 | Vraag de studenten wat ze vandaag hebben geleerd. Bied ruimte voor vragen en zorg ervoor dat de belangrijkste woorden worden herhaald. |
Controleer de huiswerkopdracht (bijvoorbeeld een tekening maken met de nieuwe woorden of het gebruik van de woorden in een zin) zonder dat studenten dit voor de klas presenteren.